Errol Pawiroredjo
Errol Pawiroredjo (1977) begon zijn muziekstudie op 19-jarige leeftijd bij Quirijn Snijder aan het gitaarinstituut L’Escola in Zwolle. Hij wilde toen uitsluitend de liederen van Bob Marley spelen op de gitaar van zijn oud-tante.

Quirijn wist hem echter spoedig te overtuigen van de waarde van een klassieke gitaaropleiding, en door de composities van Fernando Sor en Dionisio Aguado ging er voor Errol een nieuwe wereld open: ‘Over deze periode kan ik zeggen dat als het waar is dat een volgende levensfase meestal wordt ingeleid door een soort kruispunt, dit er één was.’

Na zich twee jaar verdiept te hebben in vooral Zuid-Amerikaanse romantische muziek, kwam hij door de fameuze Granadese zigeunergitarist José Antonio Carmona op het spoor van de Flamenco. Het droge, Arabische en trotse geluid van diens ‘Soleá’ was voor hem als een mysterieuze lokroep waarvan zijn hart hem maande die te volgen.

Zodoende continueerde Errol – na vier inspirerende jaren bij Quirijn - zijn opleiding bij de virtuoze Flamencogitarist John Fillmore in Amsterdam. Hoewel Errol zich steeds meer als Flamencogitarist profileerde, is hij naar eigen zeggen in zijn benadering van de gitaar altijd meer klassiek gebleven. ‘Iedere noot moet zin en betekenis hebben en bewust gespeeld worden, of je nu een klassieke melodie, een Jazz-loopje of een Flamenco-arpegio speelt. De opvatting dat in het Flamencogitaarspel niet naar schoonheid gestreefd wordt, is wat mij betreft al lang achterhaald. Iedereen speelt tegenwoordig met een mooie toon en invloeden uit de Jazz en de klassieke gitaar zijn echt niet meer weg te denken.’

Een droom ging voor Errol in vervulling toen hij in 2003 naar Zuid-Spanje vertrok om daar verschillende perioden te studeren bij Juan Manuel Utrera en José Pedro Jiménez. Een jaar later bood Quirijn hem de kans om zijn ervaringen met de Flamenco door te geven aan geïnteresseerde leerlingen. Errol is sindsdien als docent verbonden aan L’Escola.

‘Flamenco kenmerkt zich in eerste instantie door emotie in de meest pure vorm, en dat is voor mij de kern van alle muziek, waar het ook vandaan komt. Dat heb ik in de muziek die ik speel ook altijd nagestreefd, soms tot op het theatrale af. We horen klanken en die doen iets met ons gevoel. Dat is toch magie?’